CC zorgadviseurs is een organisatie voor management consultancy in de zorg. Gericht op de professional en de organisatie, om processen te verbeteren en vernieuwen.

Het ziekenhuisbed: Van parkeerplaats tot McDrive

Waarom zorglogistiek steeds belangrijker wordt

Sinds de jaren '60 is de gemiddelde verpleegduur sterk afgenomen. Van 20,1 dagen in 1960 tot 6 dagen in 2008 (bron CBS). Jaarlijks neemt het gemiddelde af met 0,3 dag. De belangrijkste oorzaak van deze afname ligt in de voortschrijdende medische technologie. Het ziekenhuisverblijf is verworden van een verblijf met af en toe een behandeling (parkeerplaats) tot een behandeling met af en toe verblijf (McDrive). In de onderstaande grafiek is de afname van de gemiddelde verpleegduur te zien.

Wat opvalt is dat de daling een rechte lijn is. Op basis van deze trend zal in 2018 de gemiddelde verpleegduur ongeveer 3 dagen zijn. Rekening houdend met IC, CCU en traumabedden, zal een groot gedeelte van de ziekenhuisopnames een dagopname zijn.

Tegelijkertijd neemt het aantal ziekenhuisopnames snel toe. Van 961.000 in 1960 tot 1.873.000 in 2008. Met een dip rond het jaar 2000. En met steeds minder beddencapaciteit. 

Wat betekent dit voor een gemiddelde afdeling van 30 bedden? Bij een 100% bedbezetting kwamen op een dergelijke afdeling in 1960 per dag ongeveer 1 tot 2 nieuwe patiënten. In 2008 is dat bij 80% bedbezetting al opgelopen naar rond de 5 per dag. Met een verdere daling van de gemiddelde verpleegduur zal dat in 2018 gemiddeld 10 per dag zijn (80% bedbezetting). Samen met een hoge intensiteit van behandeling vereist dat een uitstekend georganiseerd patiëntproces, waarin zorgprofessionals hun tijd besteden aan directe patiëntenzorg en niet hun tijd verspillen aan administratie en slecht georganiseerde werkprocessen. Het reduceren van vermijdbare variabiliteit in combinatie met toepassing van lean-management maakt het mogelijk deze processen goed te organiseren.

En daarmee is het inmiddels tijd geworden de gemiddelde verpleegduur niet meer in dagen uit te drukken maar in uren.

Arjen Jeninga